Alles over lampjes, lussen en lichten tegen de files.


Algemeen Dagblad 22 10 '02

Ideeën om files te bestrijden zijn er genoeg. Veel technieken kunnen zo worden toegepast. Door onwil van gemeenten, provincies en rijk om samen te werken, gebeurt dat vaak niet.

Iedereen die aan het einde van de Utrechtsebaan in de file wacht om Den Haag in te kunnen, moet het denken: waarom staan de lichten aan de andere kant op groen terwijl daar niemand rijdt?

,,Dat komt doordat de verkeerslichten geen rekening houden met het verkeersaanbod vanaf de snelweg. Ze draaien een vast programma af. Met een relatief lage investering voor nieuwe software en een dataverbinding met de meetlussen van Rijkswaterstaat op het Prins Clausplein is een veel betere doorstroming mogelijk'', legt Hans Meyer Swantée uit.

Behalve bestuurder van brancheorganisatie voor het verkeer Astrin is Meyer Swantée directeur van Peek Traffic, Nederlands grootse adviesbureau op het gebied van verkeer.

Peek stond aan de wieg van de spitsstrook. Wat de directeur betreft hét voorbeeld hoe je met elektronica files kunt bestrijden. Door de vluchtstrook in de ochtend en avond te gebruiken als rijbaan, verdwenen op de A27, A28 en A50 de jarenlange files in de spits.

Voor de industrie zijn de stroken slechts het begin. Zij heeft planken vol ideeën die wegbeheerders direct kunnen toepassen. Zo experimenteerden verschillende bedrijven dit jaar met dynamische baangeleiding. In normaal Nederlands: invoeglampjes. De LED-jes worden ingebouwd in het wegdek van een vak waar drie banen versmallen naar twee, of voor een oprit. Als automobilisten dezelfde snelheid aanhouden als het verspringende lampje voor hen, ontstaan gaten voor invoegende auto's.

Met deze lampjes kan veel meer. Zo zouden tweebaanswegen van en naar steden met lichtgevende strepen kunnen worden aangepast tot driebaans. 's Ochtends een baan extra richting snelweg en 's avonds eentje meer naar de stad. Het zou de doorstroming volgens verkeerskundige Sybe Turksma van Peek aanzienlijk verbeteren. Op snelwegen rond Amerikaanse steden gebeurt het al met succes.

Ook in Nederland passen wegbeheerders nieuwe technieken succesvol toe. Zo stemden Eindhoven en Enschede op de toegangswegen naar de stad verkeerslichten op elkaar af. De lichten kunnen zo beter inspelen op het aanbod. Het resultaat is een 10 tot 20 procent kortere reistijd. Kosten van zo'n operatie: een paar ton voor computers en programmatuur. ,,Vergeleken met extra asfalt is dat helemaal niks'', zegt Turksma.

Als al die technische oplossingen beschikbaar zijn, waarom passen dan nog niet alle wegbeheerders ze toe? Waarom staat iedereen op weg naar het centrum van Den Haag bijvoorbeeld nog stil op de Utrechtsebaan?

Hans Meyer Swantée geeft toe dat hier het kwetsbare punt zit. Rijk, provincies en gemeenten werken door botsende belangen vaak niet samen. Zo heeft de gemeente Den Haag er geen belang bij dat de stoplichten aan het einde van de Utrechtsebaan zo veel mogelijk verkeer de stad in laten. De gemeente zal in eerste instantie in de stad zelf de auto's willen laten rollen. Zo komt een goed idee vaak niet verder dan het planstadium.

Jammer, vindt ook verkeerskundige Henk van Zuylen van de TU Delft. Hij ziet deze manier van handelen overal in het land. De hoogleraar vindt het kortzichtig van bestuurders om zich zo op te stellen. ,,Verkeersproblemen zijn alleen regionaal succesvol aan te pakken. Dus hoe moeilijk ook, bestuurders zullen over hun eigen belangen heen moeten stappen om iets te bereiken.''

Copyright: Algemeen Dagblad

Naar boven     Home